Dialoog

“Een dialoog is een open gesprek, waarbij de leerlingen samen een onderwerp verkennen door ideeën, ervaringen en gedachten uit te wisselen. Het gaat er niet om anderen te overtuigen van je eigen gelijk. Het doel is om elkaar beter te begrijpen en de gezamenlijke kennis en inzichten te vergroten” (Koops, 2012).

De dialoog is een lastige vaardigheid om aan te leren bij jongeren. Het gebeurt al snel dat mensen overgaan in een discussie en dat is nu juist niet te bedoeling. Onderstaande model (Meijer, 2019) geeft handvatten bij het dialoogvaardig maken van jongeren.

Modules waarin gewerkt wordt met Dialoog:
De grootste moskee van Europa

De dialogische vaardighedencyclus
De vaardighedencyclus geeft veel mogelijkheden tot eigen interpretatie en inzetbaarheid. Blokken kunnen naar eigen inzicht worden omgedraaid of overgeslagen. Ieder blok leent zich voor een korte werkvorm of uitbreiding naar volledig lesuur of hele lessenserie. Hieronder worden eerst twee logische startpunten aangereikt, waarna ieder blok kort wordt uitgelegd.

dialogische vaardighedencyclus
Figuur: De dialogische vaardighedencyclus

Het startpunt bepalen

Doel               De vaardigheid van de dialoog aanleren
Startpunt        Blok: Dialogiseren in gesprek
Reden             Door te beginnen bij het “einde” (de volledige vaardigheid) kan een nulmeting gedaan worden. Hierdoor wordt reflectie beter mogelijk en leren leerling zichzelf en klasgenoten beter inschalen binnen de vaardigheid.
 
Doel               Verdieping van teksten/theorieën
StartpuntBlok: Luisteren naar de ander
Reden             Door hier te beginnen, moeten leerlingen zichzelf eerst trainen in objectief een situatie beschrijven, waarna ze daarna pas met hun eigen mening aan de slag gaan. Dit is een meer gestructureerd startpunt.

Blok: Dialogiseren in gesprek
Het einddoel is dialoogvaardig zijn, wanneer leerlingen een gesprek voeren. Aan de hand van een rubrics kunnen zij zichzelf en anderen inschalen. Niveau 1 is een monoloog, oplopend naar niveau 5 als perfect dialoog. De volledige rubrics (1) is te vinden aan het einde van dit hoofdstuk. Wanneer dit blok het startpunt is, dan worden de leerlingen als het ware in het diepe gegooid. Ze krijgen het onderwerp te horen en beginnen een dialoog. Achteraf bekijken zij hoe het is gegaan en krijgen ze pas te zien waar een dialoog aan moet voldoen.

Blok: Luisteren naar de ander
Leerlingen mogen alleen luisteren, zonder hun eigen mening te geven. Vervolgens moeten ze de gehoorde mening verwoorden. Ze mogen geen interpretaties geven, alleen observeren en opschrijven. Gebruik verhaal, videofragment, een pamflet, enzovoorts over het specifieke onderwerp.

Blok: Luisteren naar jezelf
Stilte zorgt voor verwerking en nadenkmogelijkheden. Laat leerlingen in rust en stilte nadenken over wat zij eigen zelf vinden over het onderwerp. Zonder beïnvloeding van buitenaf.

Blok: Goede voorbereiding
Geef leerlingen tijd om onderzoek te doen naar hun eigen mening én de meningen van anderen. Bij dit blok denken ze ook na over mogelijke verdiepingsvragen die gesteld gaan worden aan de hand van de mening die ze gaan uiten. In principe bereiden ze de hele dialoog voor.

Blok: Dialogiseren in drie rollen
Aangezien een dialoog voeren erg lastig is, zijn de grote vaardigheden die hiervoor nodig zijn opgedeeld in drie rollen die verdeeld kunnen worden.
1. Antwoordgever – het verwoorden en onderbouwen van een mening;
2. Doorvrager – het stellen van verdiepingsvragen om de mening volledig te doorgronden;
3. Observant – het objectief beoordelen van de dialoog en de rollen die vervuld worden;

In groepjes van drie kunnen leerlingen oefenen, door zich op één grote vaardigheid tegelijkertijd te concentreren. De rol van observant kan eventueel overgeslagen worden wanneer dit qua groepsgrootte niet uitkomt. Voor dit blok bestaat tevens een rubrics voor alle rollen. Deze is te vinden aan het einde van dit hoofdstuk (rubrics 2).

Blok: Dialogiseren in gesprek
Afhankelijk van het startpunt kom de cyclus vervolgens (weer) uit bij dit blok. Aan de hand van de bijbehorende rubrics kunnen leerlingen zichzelf en anderen inschalen. Afhankelijk van het doel van de les, kan de volledige cyclus nogmaals doorlopen worden.

Andere startpunten in de cylcus zijn mogelijk, maar vragen een kleine individuele aanpassingen van alle blokken.