Narratief onderwijs

Mensen vertellen verhalen. Het gebruik van verhalen in het onderwijs kan een krachtig instrument zijn. Narratief (levensbeschouwelijk) onderwijs kan beschouwd worden als “onderwijs waarin het bevragen en ontwikkelen van verhalen van leerlingen of anderen centraal staat, en/of het bevorderen van narratieve competenties”.

Modules waarin gewerkt wordt met Narratief onderwijs:
Heilig afval

In het boek Verhalen verbinden – ruimte voor vertellen op school (van der Harst, van den Berg, & Fortuin-van der Spek, 2007) wordt een goede uiteenzetting gegeven over waarom narratief onderwijs zo krachtig is. Het vertellen van verhalen is een fundamenteel menselijk vermogen (p. 11): “we vertellen verhalen om toegang te krijgen tot de werkelijkheid, deze te leren verstaan en ermee te communiceren. Vertellen is cruciaal voor menswording, omdat mensen door te vertellen zin geven aan hun leven.” Op de vraag wat het nut is van verhalen vertellen, geven de auteurs vier antwoorden (pp. 16-18):

  • Verhalen geven enige ordening aan het leven;
  • Verhalen helpen een mens om zich in de wereld van tijd en ruimte te oriënteren;
  • Verhalen verbinden ons met de verborgen laten van de werkelijkheid (het transcendente);
  • Verhalen stellen de luisteraar in staat om vanuit een ander perspectief bij een beleving van een waarde te komen en zo een ‘andere wereld’ te openen.

Verhalen zijn in vier basistypen te onderscheiden (p. 18):

  1. Persoonlijke verhalen;
  2. Informatieve verhalen;
  3. Fictieve verhalen;
  4. Overgeleverde verhalen.

Binnen het onderwijs kunnen verhalen de volgende effecten hebben op het leren (pp. 24-25):

  • Verhalen zijn concreet en verbonden met ervaring;
  • Verhalen verbinden losse momenten in de tijd;
  • Verhalen zijn dragers van waarden;
  • Verhalen nodigen een leerling of docent uit om meer van zichzelf te laten zien;
  • Verhalen verbinden mensen;
  • Verhalen doen een beroep op verbeelding;
  • Verhalen maken contexten zichtbaar;
  • Verhalen doen beter onthouden;
  • Verhalen stimuleren het leren van alle vermogen (hart, hoofd, ziel, lichaam);
  • Verhalen kunnen culturele en/of religieuze verschillen overbruggen.

Ieder basistypen heeft eigen leerdoelen en redenen voor gebruik in het klaslokaal. Daarnaast worden verschillende basistypen automatisch gekoppeld aan bepaalde schoolvakken. Bij de talen denkt men al snel aan fictieve verhalen, bij geschiedenis aan overgeleverde verhalen. Persoonlijke verhalen wordt vaak mondjesmaat opgenomen in een curriculum of lesplan, terwijl daar de identiteitsvorming plaatsvindt (p. 18). Isolde de Groot gaat in het hoofdstuk Narratief levensbeschouwelijk onderwijs inhoudelijk dieper in op de rol die verhalen kunnen spelen (2020). Zij weet de volledige narratieve levensbeschouwelijke vorming in onderstaande tabel te zetten (p. 269).

 Ontwikkeling van persoonlijk levensverhaal en levensbeschouwingOntwikkeling van culturele verhalen over levensbeschouwing en samenleving
Leren van verhalenVia de verhalen van anderen (films/boeken/beelden) leren over de eigen levensfilosofie, het eigen zelfbeeld en de eigen levens(beschouwelijke) ervaringen.Van narratieve bronnen leren over levensbeschouwelijke gemeenschappen en de relatie tussen levensbeschouwing en samenleving.
Leren in het vertelprocesVerhalenderwijs verder ontwikkelen van mens- en wereldbeeld en betekenisgeven aan levens(beschouwelijke) ervaringen.Verhalenderwijs (leren) bijdragen aan de co-constructie van inclusieve verhalen over de relatie tussen samenleving en levensbeschouwing.
Leren over de kracht van taal en het narratieve karakter van betekenisgevingVerwerven van inzicht in de kracht van taal en processen die het ontstaan en de transitie van persoonlijke narratieven beïnvloeden.Verwerven van inzicht in processen die het ontstaan en de transitie van culturele narratieven over religie/levensbeschouwing beïnvloeden.
Leren door je eigen verhaal te positionerenLeren duiden van het eigen levensverhaal in relatie tot traditionele en nieuwe verhalen over de relatie tussen levensbeschouwing en samenleving.Leren duiden van verhalen over goed (samen)leven in relatie tot traditionele en nieuwe verhalen over de relatie tussen levensbeschouwing en samenleving.

Narratief (levensbeschouwelijk) onderwijs kan beschouwd worden als “onderwijs waarin het bevragen en ontwikkelen van verhalen van leerlingen of anderen centraal staat, en/of het bevorderen van narratieve competenties” (p. 265). Bij het gebruik van verhalen in de klas moet een docent eerst nagaan met welk (vormings)doel het ingezet wordt, alvorens een verder lesplan te schrijven.

Verschillende Modules van Omstreden Zaken maken gebruik van de verschillende vormingsdoelen van narratief onderwijs. Onder het kopje ‘Praktisch gebruik’ van deze Modules kan verdere informatie gevonden worden.